De bangheid voorbij

1 Koningen 16,17

 

Wij leggen onze schelle stemmen af,

horen naar de echo van Uw woord,

stillen honger met wat U ons gaf,

zijn nomaden op een aard', verstoord

 

door Baäl in ons dagelijks bestaan:

de gouden tijden van de grote banken,

konden de verleiding niet weerstaan;

willen voor uw binnenkomst U danken,

 

en leren in de stilte U te horen

weg van de vanzelfsprekendheid,

ons niet aan ‘t onzekere te storen,

de bangheid laten gaan in deze tijd.

 

U wast de blinde waas uit onze ogen

brengt ons helder licht en mededogen.