Organisatie >> ZWO
ZENDING, WERELDDIACONAAT, ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
De ZWO commissie Ruurlo-Barchem bestaat uit leden van de Protestantse Gemeente Ruurlo-Barchem en uit leden van de Hervormde Gemeente Barchem. Sinds 2008 vragen wij aandacht voor een landbouwproject van World Concern in het noorden van Birma, dat ondersteund wordt door Kerk in Actie.
ZWO Ruurlo-Barchem steunt één project
Kerk in Actie geeft over de hele wereld steun aan het werk van Christelijke kerken en organisaties om mensen in noodsituaties te helpen en een nieuw toekomstperspectief te bieden. Uitgangspunt daarbij is dat ieder mens recht heeft op respect en een menswaardig bestaan. Om deze steun wereldwijd te kunnen blijven verlenen is veel geld nodig. Kerk in Actie steunt ruim 800 projecten over de hele wereld.
Kerk in Actie helpt altijd via lokale kerken en organisaties. Die kennen de problemen en weten het beste wat de mensen nodig hebben.
Sinds juli 2008 vragen wij aandacht voor een landbouwproject van World Concern in het noorden van Birma (ook wel Myanmar genoemd), dat ondersteund wordt door Kerk in Actie.
Het is jammer dat er tot nu toe nog geen opvolger gevonden is voor Jan van der Lee, die er 5 jaar gewerkt en gewoond heeft met zijn gezin en in juni 2008 teruggekomen is naar Nederland. Nieuwe informatie krijgen wij zeer beperkt en dat is jammer. Toch zijn wij ervan overtuigd dat onze hulp daar zeer nodig is en daarom willen wij ons blijven inzetten voor Birma. Graag met uw steun!
Op 8 november 2008 hielden we in de Dorspkerk een oogstdienst. In Birma kennen ze dat ook. Zie hieronder een foto.
Groeten uit de Sierra Tarahumara - okt 2011
Nieuws van Henk en Edith Kaemingk.
Klik hier voor de oktober 2011 nieuwsbrief.
Dank van dominee Lura uit Birma
De Theologische Universiteit in Kampen nodigt jaarlijks buitenlandse studenten uit voor een jaar Masters studie. Vanaf september 2010 kreeg ds. Lal Chung Lura de gelegenheid om een jaar in Kampen te studeren. In augustus 2011 vertrekt hij weer naar Birma. Komende maanden werkt hij aan het afronden van zijn Thesis (proefschrift).
Op verzoek van Kerk in Actie heeft de ZWO commissie contact gelegd met ds. Lura. Voor hem was het belangrijk kennis te nemen van het leven in een kerkelijke gemeente in ons land. Wij hadden bijna wekelijks contact met hem. Hij kwam drie keer naar Ruurlo-Barchem. In onderstaande brief (gemakshalve voor u vertaald in het Nederlands) dankt hij iedereen voor het warme welkom dat hij heeft ervaren.
Mijn ervaringen in Ruurlo en Barchem (Mattheus 25:34-40)
Na mijn aankomst in Kampen in september 2010 ontving ik volkomen onverwacht een e-mail van Sjoerd Haagsma, die voor Kerk in Actie werkt. Hij zocht mij op en vertelde mij over Kerk in Actie. Ook introduceerde hij mij bij ZWO Ruurlo-Barchem. Hij vertelde mij ook over het landbouwproject in Birma/Myanmar, dat door hen ondersteund wordt.
Direct daarna kwam ik via e-mail in contact met Jeannette van der Heij van de ZWO commissie Ruurlo-Barchem.
Ik dank God dat ik het voorrecht had om drie keer Ruurlo te bezoeken op uitnodiging van de ZWO commissie Ruurlo-Barchem. Toen ik hoorde dat de Gemeente via de ZWO commissie voor de mensen in Myanmar bidt en een landbouwproject in Myanmar financieel ondersteunt, raakte mij dat diep. Ik prees God en dankte de ZWO commissie met heel mijn hart voor hun betrokkenheid bij het volk van Myanmar.
Mijn eerste reis naar Ruurlo was op 18 december 2010 in de tijd voor Kerst. Ik genoot ervan om ’s avonds naar de kerk te gaan waar Kerstliederen werden gezongen. Ik had het voorrecht om iets van de omgeving van Ruurlo te zien, evenals de koeien die in de stal werden gemolken. Wat gaven ze veel melk! Ik genoot zeer van dit weekend vol met ervaringen, gastvrijheid en het warme welkom van de ZWO commissie en gemeenteleden.
Mijn tweede bezoek aan Ruurlo was op 3 april 2011 in het mooie voorjaar. Ik genoot van dit nieuwe seizoen en de prachtige natuur. Dit keer was ik te gast bij het zondagmorgenprogramma voor jonge kinderen en tieners. Ik vond dit een bijzondere bijeenkomst. Het verrijkte mijn ervaringen en kennis zeer hoe de leiding de kinderen en jongeren onderwees en leidde. Ik bewaar goede herinneringen aan hun warme welkom, vragen en zorgen over Myanmar.
Mijn derde bezoek aan Ruurlo en Barchem was op 1 mei 2011. Ik werkte mee aan de kerkdienst in de Hoeksteen in Barchem. Ik voelde me zo bevoorrecht dat ik mocht participeren in de kerkdienst, zoals mijzelf voorstellen, een bijbellezing doen in het Birmees, het Onze Vader uitspreken in het Birmees en de zegen uitspreken in het Engels en Birmees. Ik ben bijzonder opgetogen over deze ervaring en ik dank dominee Van Alphen, alle gemeenteleden en alle leden van de ZWO commissie van Ruurlo-Barchem voor hun warme betrokkenheid en hun gebeden voor Myanmar.
Mijn bezoeken aan Ruurlo en Barchem waren wonderbaarlijk. Mijn ervaringen verrijken en sterken mij voor mijn geestelijk ambt in Myanmar. Zij zullen zeker leiden tot nieuwe inzichten en mijn liefde voor de mensen in Myanmar versterken, zeker in mijn eigen gemeente. Wat mijn studie in Nederland betreft, voel ik ten diepste de waarde dat de Theologische Universiteit mijn theologische achtergrond en kennis verrijkt. De kerk geeft mij liefde, het geestelijke hart voor de Glorie van onze God, het koninkrijk van God uitdragend om de mensen en de geloofsgemeenschap te verlossen en te bevrijden van hun lijden en beproevingen in hun dagelijks leven.
Het is mijn diepste overtuiging dat de gebeden in Ruurlo en Barchem SHALOM brengen voor de mensen in Myanmar.
Tenslotte wil ik graag mijn dank uitbrengen aan Jeannette en Peter voor hun gastvrijheid, maar ook aan alle leden van de ZWO commissie in Ruurlo en Barchem, de dominees en alle gemeenteleden voor hun gastvrijheid en gebed voor de mensen in Myanmar (Birma).
Pastor Lal Chung Lura
Eijkelkamp Foundation ondersteunt landbouwkundig project in Myanmar (Birma)
Via Rock Solid kwamen we in aanraking met Dominee Lura uit Birma die hier een jaar studeert in Kampen. In de ontmoeting tussen hem en de jongeren vertelde hij over de situatie in zijn land. De bevolking zucht in armoede onder een totalitair regime gepaard gaand met een grote corruptie waarbij de bovenlaag zich verrijkt en de arme bevolking terroriseert. Tot overmaat is het land ook nog regelmatig slachtoffer van natuurgeweld. Voor de bevolking is het positief dat de Birmese regering nu toestemming heeft verleend om noodhulp toe te laten, tenminste voor de komende 2 jaar.
Via ZWO steunt onze gemeente financieel landbouwkundige projecten in Myanmar en ik vroeg me af of mijn werkgever die zojuist een fonds opgericht had ter ere van het 100-jarig bestaan wellicht een steentje bij kon dragen. Deze stichting heeft kennis, middelen en materialen tot haar beschikking om in te zetten voor bijzondere doelen. Bij de beoordeling van projecten en initiatieven ligt de focus op de thema's waarmee Eijkelkamp affiniteit en een eeuw aan expertise in heeft: water, bodem en milieu.
Via Jeannette van der Heij kwam ik in contact met Jop Engelage, een Wageninger die sinds vorig jaar bij World Concern Myanmar werkt als programmadirecteur. Hem heb ik gevraagd of en hoe we hen direct met apparatuur (in plaats van geld) zouden kunnen ondersteunen.
Hij schreef me: Een landbouwkundig project dat nog ondersteuning nodig heeft is een project in de Delta regio. Hier heeft in 2008 cycloon Nargis duizenden levens geëist, maar ook de dijkjes van rijstvelden verwoest. Als gevolg komt er zout water binnen. De reparatie van deze dijkjes gaat de capaciteit van de lokale bevolking te boven. Misschien is dit iets? Als Hollanders hebben wij wel wat met dijken. Ik heb onze landbouwkundig adviseur gevraagd wat haar ideeën zijn betreffende apparatuur haar antwoord:
I would like small hand tractors, weeders, seeders, knapsack sprayers for natural pesticides, and portable water pumps. Am I too ambitious? If we can get good pruning scissors also will help. Hope we can get them!!
Dat kwam mooi uit want we hebben precies dit soort pompen in het Eijkelkamp verkoop programma.
Nu is het niet eenvoudig om spullen naar Myanmar te versturen, los van de kosten is het allerminst zeker dat het op de plaats van bestemming aankomt. Collega’s boden hun hulp aan om het transport te laten begeleiden maar een andere mogelijkheid diende zich aan: Janine en Paul Roelofsen, ook Wageningers, gingen namens ZOA vluchtelingenzorg onderweg met hun 3 kinderen om noodhulp en landbouwkundige projecten uit te voeren. De pakketten zouden eventueel als bagage door de gesponsorde verhuizing mee kunnen reizen, maar wel al binnen enkele dagen.
De foundation was bereid om een snelle toekenning van de aanvraag te forceren en via andere goede collega’s werd de enige pomp in het magazijn die reeds bestemd was voor een andere klant even omgeboekt zodat hij voor dit project beschikbaar kwam. De dag voor de verhuizing volgde de overdracht van de pomp met bijbehorende slangenset aan Janine die ervoor zorgt dat de pomp op de juiste plek terecht komt.
Met groot respect volg ik deze mensen die vanuit hun christelijke drijfveren in vijandige omgevingen hun zo belangrijke werk uitvoeren. Wil je meer weten? donate.worldconcern.org en www.zoa.nl. Steunen kan eenvoudig en prima via de collectes van ZWO voor dit doel.
Hans van Rheenen, Rock Solid

Een bericht van World Concern Birma!

De gemeenschappelijke Rijstbank van het dorp Nam Ma
![]() | ![]() |
| Een terugbetaling van een rijstlening wordt gewogen. | De ontvangen terugbetaling wordt in het kasboek gecontroleerd en opgeschreven. |
Wij komen van het dorp Nam Ma, dat ligt in de noordelijke staat Shan in Birma. Als leden van ons gemeenschappelijke Rijstbank bestuur willen we graag via dit verhaaltje met u onze vreugde delen, waarvan we hopen dat het u duidelijk maakt hoeveel profijt wij hebben van onze gemeenschappelijke Rijstbank.
De gemeenschappelijke rijstbank is in ons dorp in 2003 opgericht met 67 schepels (1 schepel is 10 liter) rijst als beginkapitaal via een project van World Concern. Het doel van de rijstbank was om de voedselzekerheid in ons dorp te vergroten door iedereen die het nodig had via een lening rijst te geven voor pootgoed en daarmee zeker te zijn van een eigen rijstoogst. Vandaag mogen we zeggen dat deze droom gerealiseerd is, hoewel we nog lang niet klaar zijn om permanent voedselzekerheid te bereiken. En denk niet dat het eenvoudig is geweest om te bereiken waar we nu zijn! Er zijn honderdduizenden problemen geweest om dit doel voor onze dorpsbewoners te bereiken met deze rijstbank.
In 2003 toen we met onze rijstbank begonnen, kwamen we overeen dat per schepel rijst een kwart schepel ofwel 30 koppen als rente moest worden betaald. In 2004 besloten we om de rente te verhogen naar 40 koppen. En in 2005 brachten we die nog verder omhoog naar 50 koppen, dus bijna een halve schepel, met de bedoeling nog meer rijst aan onze dorpelingen uit te kunnen lenen. Maar in 2006 ontstond er een probleem met deze hoge rente. Twee huishoudens bleken niet in staat om de rijstlening en de rente aan de rijstbank terug te betalen. De andere huishoudens die van de bank geleend hadden, hadden daar geen begrip voor omdat ze vonden dat zij ook alleen maar hun leningen en rente moesten terugbetalen als iedereen dat deed! Dus dat betekende een conflict, waar wij als bestuur ook wel mede schuldig waren, want we wisten dat deze twee huishoudens de lening echt niet konden terug betalen.
Er waren ook nog andere factoren die toen een diep effect op onze rijstbank hadden. Toen we dit conflict over de hoogte van rente en terugbetaling hadden was er ook een enorme overstroming, die de brug naar onze rijstvelden hogerop de heuvels beschadigde, waardoor er geen rijstbouw daar meer mogelijk was. Dat kwam er dus nog bij. Hierdoor heeft onze rijstbank bijna 3 jaar niet goed kunnen functioneren. In 2008 echter begonnen we de bank onder leiding van ons ‘ Dorp Ontwikkeling Comité’ te hervormen en ontwikkelden we een nieuwe rol en regels voor onze gemeenschappelijke rijstbank, die we weer in 2009 konden herstarten. Dat jaar gaven we voor één jaar rijstleningen uit zonder rente.
In 2010 deed onze rijstbank het weer goed en met de rente die we weer in 2010 kregen maakten we een golfplaten dak op onze rijstbank. En nu in 2011 kunnen we zelfs het beginkapitaal dat we van World Concern kregen in de vorm van 67 schepel terugbetalen en hebben we toch nog 81 schepel in kas die genoeg is om per seizoen 19 huishoudens aan een rijstlening te helpen. En omdat we maar met 19 huishoudens in dit dorp zijn, is nu ons voornemen om met de toekomstige rente – in 10 jaar tijd - gezamenlijk een vrachtauto voor de rijstbank te kopen, waarmee we de overtollige rijst voor een goede prijs op de markt kunnen verkopen.

Een mud, een schepel en een kop
Ons Netwerk van Plaatselijke Organisaties (NPO)

Wij zijn 7 vertegenwoordigers van plaatselijke organisaties. World Concern heeft tot nu met ons gewerkt, eerst om onze plaatselijke organisaties op te richten en daarna om deze te verbeteren door te leren over project management, consultaties over ontwikkelingsprocessen enz. En nu willen we een regionaal Netwerk worden van Plaatselijke Organisaties en deze ontwikkeling met u delen.
Hoewel niet alle 10 plaatselijke organisaties vandaag aanwezig zijn, is het een goed idee om met elkaar een netwerk te gaan vormen. Omdat we maar één dag de tijd hebben, is er niet veel tijd om alles te bediscussiëren en sommigen onder ons vinden het daarom wel veel waarover die dag besloten moet worden. Maar wat bemoedigend voor ons is, is het feit dat ons Netwerk ondersteund zal worden door World Concern. Daarom willen we graag meer weten over hoe je zo’n netwerk organiseert en welke voordelen dat voor onze plaatselijke organisaties zal hebben.
Als we zien hoever we dit jaar gekomen zijn, moeten we nu kijken hoe we een netwerk-leidersgroep kunnen benoemen. Dat is een belangrijke functie in een goed netwerk, dat ons zal helpen om het netwerk op de langere termijn in stand te houden. Een workshop hoe je zo’n leidersgroep benoemt en welke functie ze dan zullen hebben wordt binnen niet al te lange tijd door World Concern gehouden. Deze leidersgroep krijgt dan o.a. als taak om ons netwerk toe te rusten en verder te ontwikkelen.
Het zou echter beter zijn als we twee dagen voor deze discussies en training hadden. Ook zouden alle 10 organisaties aanwezig moeten zijn. We krijgen dan niet alleen allemaal dezelfde kennis van zaken wat betreft de ontwikkeling van ons netwerk, hoe we onze plaatselijke gemeenschappen kunnen ontwikkelen en andere methodieken, maar is er ook ruime gelegenheid elkaar goed te leren kennen, ervaringen te delen en te weten wie wat het beste kan. Dus deze eerste dag om over deze dingen door te praten is goed, maar we hebben World Concern nog wel even nodig om ons werkelijk samen verder te helpen tot een zelfstandig netwerk van 10 plaatselijke organisaties!

