Organisatie >> Eredienst >> Preek oktober 2008
Verkondiging over Genesis 41 en Mattheus 22 : 34 - 46:
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Dat had je gedroomd! Dromen zijn bedrog. Iemand uit de droom helpen. Zomaar een paar uitdrukkingen uit onze taal. Je hoort het er in doorklinken: we geven niet zo hoog op van wat er in dromen speelt. In de Bijbel is dat anders. Er staan meer dan honderdzeventig teksten over dromen en visioenen in. En in het boek Genesis, waaruit we vanmorgen gelezen hebben, gebeuren heel bijzondere dingen.
Bij Jozef, bijvoorbeeld. Hij droomt eens dat hij met zijn broers op het land was. Korenschoven binden. En zijn schoof richt zich op en de elf schoven van zijn broers buigen voor de zijne. En hij droomt ook eens dat de zon en de maan en elf sterren een buiging voor hem maken. Vorige week nog hoorden we dat de opperschenker en de opperbakker van Egypte droomden. En dat Jozef die dromen uitlegt. Vandaag gaat het over de dromen van de farao van Egypte. Een voedselcrisis wordt met dromen bestreden, ja, zelfs voorspeld. In de tijd van Jozef wordt de wereld door dromen gered. Toch goed om bij dit verhaal stil te staan.
Wat bij die dromerij rond Jozef opvalt is dat er een stijgende lijn zit in de waarde die de personages uit de verhalen aan dromen toekennen. De broers en vader Jakob zien in Jozefs eigen dromen nog vooral de verlangens en ambities van Jozef zelf. De dromen van vorige week, van de schenker en de bakker in Genesis 40, zijn anders. Het maakt hen somber. Ze maakten zich er ongerust over. Hun dromen gaan, anders dan die van Jozef, over méér dan alleen de wensen en verlangens van henzelf. De wens van de schenker ging in vervulling, maar de bakker verlangde er natuurlijk helemaal niet naar dat hij opgehangen zou worden. Dat was wel Jozefs uitleg van zijn droom.
In het gedeelte van deze zondag gaat het nóg een stap verder: Jozef vertelt dat God in dromen bekend maakt wat hij gaat doen. God legt dus niet alleen de dromen uit. Hij stuurt ze ook zelf. Deze dromen zijn een uitdrukking van zijn leidende hand in het verloop van de gebeurtenissen. Je kunt natuurlijk zeggen dat dit ook al geldt voor de dromen die Jozef zelf eerder had, over de schoven en zon, maan en sterren. Maar dat is pas duidelijk aan het eind van de verhalenserie. Het blijkt nog niet binnen dat droomverhaal van Jozef zelf. Bij de dromen van de schenker en de bakker zijn nukken en grillen van de farao allesbepalend voor hun lot. Daar is de farao degene die de geschiedenis in handen heeft. Hij is de persoon die alles bestuurt. Maar dat gaat veranderen.
De farao krijgt nu zelf dromen. Daarna is hij hevig verontrust. Hij weet niet wat zijn dromen betekenen, maar voelt er de ernst van aan. Geen van de Egyptische uitleggers heeft hem iets te melden. En dan herinnert de opperschenker zich die Hebreeuwse slaaf uit de gevangenis. Die zijn droom en die van de opperbakker wist uit te leggen. De schenker vertelt het de farao. En die laat Jozef uit de gevangenis halen. Uit de put. En hij wordt geschoren. En krijgt andere kleren aan. Die vermelding roept herinneringen op. Was Jozef niet uitgekleed door zijn broers, voordat ze hem in de put gooiden? Was Jozef niet uitgekleed door de vrouw van Potifar, die zorgde dat hij opnieuw in de put gegooid werd? Hier is een keerpunt in Jozefs geschiedenis. Tweemaal uitgekleed en in de put gegooid. Nu wordt hij uit de put getrokken en aangekleed. En straks krijgt hij zelfs weer een pronkgewaad. Van vergeten gevangene wordt hij de onderkoning van Egypte.
En dat verhaal lezen de ballingen in Babel. Al die mensen die ook dubbel in de put zaten. Eerst hun land veroverd en geplunderd en toen zelf in ballingschap gevoerd. Zou het dan toch mogelijk zijn? Zou God hen nog kunnen helpen? Als hij Jozef uit de put kon trekken, kan hij het ons dan ook? Voor hen is het een verhaal vol verwachting. Zo komen ze er door, die zeventig jaren ballingschap. Door zich vast te houden aan verhalen van hoop.
Zelfs de farao wordt een schakel in Gods handelen. Aan hem, de godenzoon van het machtige Egypte, wordt in dromen, die door Jozef worden uitgelegd, geopenbaard wat Israëls God gaat doen. Zeven jaren grote overvloed en zeven jaren hongersnood. Met de raad om in die eerste zeven jaren voorraden aan te leggen om de daarop volgende zeven jaren te kunnen overleven. De woorden van Jozef geven hem en zijn dienaren zoveel vertrouwen dat hij Jozef zelf aanstelt als uitvoerder van het plan. De voedselcrisis wordt bedwongen. De Egyptenaren overleven. Ja, zelfs de volken kunnen graan komen kopen en worden gered.
Voedselcrisis, financiële crisis, gezagscrisis, vertrouwenscrises, klimaatverandering en wat niet al hebben we in onze tijd. Je hoeft er niet voor te kunnen dromen om te bedenken dat er heel veel mis kan gaan. Zou er voor ons dan ook niet zo'n reddende droom zijn als bij Jozef? Dat God ons te hulp schiet en de crises bezweert? Tegen alle wantrouwen en machtsspelletjes in de wereld in?
Die droom is er. En hoe. We hebben hem meegekregen van die oude Israëlieten, die generaties na Jozef met Mozes uit Egypte trokken. Daar, in de woestijn, op weg naar het beloofde land, daar kregen ze van God hun droom mee. Tien Klinkende Woorden en nog veel meer, tegen alle slavernij in. Tien beloften en heel veel aanwijzingen over hoe mensen in het beloofde land met God en met elkaar om zullen gaan. Hoe ze vrij zullen zijn van alle dwang en elkaar vrij zullen houden. Erg ingewikkeld? Nee, helemaal niet. Als een wetgeleerde eeuwen later aan Jezus vraagt wat het grootste gebod in de wet is, in de Boeken van Mozes, is het antwoord van Jezus kort: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.”
Zo'n wereld, waar ieder voor de ander instaat, kan er toch niet komen, denken veel mensen. En misschien denken wij dat zelf ook wel. Maar kijk nou eens naar die hooghartige despoot van een farao. Door de uitleg van zijn twee dromen heeft hij al zo veel vertrouwen in Jozef, dat hij zijn hele land aan hem toevertrouwt. Wij hebben een Bijbel vol dromen en visioenen van Gods liefde. Heeft Jezus zelf niet laten zien dat God zelfs door de dood heen garant staat voor ons leven? Zouden wij ons leven dan niet aan God durven toevertrouwen, die ons met dezelfde liefde omringt en ons in Jezus' naam vergeving schenkt?
Dan gaan we de goede weg. Want alleen als we anderen vertrouwen geven, zal er vertrouwen kunnen opbloeien. En allen als er vertrouwen is, kunnen crises opgelost worden. Dromen van Gods liefde en stappen zetten op zijn weg naar het beloofde land. Zo kan de wereld gered worden. Laat onze dromen dan de wereld in leven houden. Want de droom van Gods liefde is geen bedrog. Amen.
ds. Jos Meijer