Organisatie >> Eredienst >> Preek 15 november 2009
Preek zondag 15 november 2009
Hoeksteen Barchem, ds. Jan Hazeleger
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
"De vraag of God bestaat," schreef ds. Lenie van Reijendam-Beek eens, "is volgens mij niet zo relevant als de vraag:wat is mij heilig, wat vind ik te eerbiedigen?". Daarop vervolgt ze : "De vraag van het geloof is ook niet of God almachtig is, maar - aan welke macht wij ons gewonnen geven, of die nu wint of verliest.
Op 12 maart 1943 werden in Groningen elf politieagenten gearresteerd vanwege hun weigering joden op te brengen.Ze werden doorgestuurd naar kamp Vught. De duitser die hen telde, zei: "Ja, es stimmt. Elf." Waarop agent Boonstra antwoordde: "Fout, er zijn er twaalf. U hebt God vergeten. Hij gaat altijd met ons mee." Zoiets doet meteen denken aan de drie jongelingen in de vurige oven, bij wie nog een vierde word gezien, uit het boek Daniël.
De laatste drie zondagen van het kerkelijk jaar worden zondagen van de "Voleinding" genoemd. Wij leven niet naar het einde toe, maar naar de voltooing, waar God alles zal zijn in allen, waar de zee - die tsunami van ellende - niet meer zal zijn. Waar God alle tranen afveegt. Het maakt een wereld van verschil of we zeggen: " we leven maar één keer" en dus moet je er alles uithalen wat er in zit óf dat we zeggen: "Eenmaal zullen we leven -en we branden van verlangen tot alles is voltooid".
Bij het lezen van de martelaarslegende uit het boek van de Makkabeeën - vernoemd naar Judas de Maccabeër - een bijnaam die "strijdhamer" betekent - ontdekte ik, dat Jacob Revius een gedicht heeft gemaakt over deze joodse moeder en haar zeven zonen. In dat gedicht schrijft hij, dat deze moeder haar zonen twee keer ter wereld heeft gebracht. De eerste keer was , toen ze uit haar moederschoot ter wereld kwamen - de tweede keer - toen zij hen leerde niet te beven voor vuur en ijzer en hen lef en moed gaf tot een veel beter leven, dat de dood te boven gaat. Zij is te vergelijken met Maria, van wie het evangelie vertelt dat zij als door een zwaard doorstoken zou worden bij de onschuldige dood van háár zoon.
In de verhalen over de concentratiekampen van de nazi's wordt verteld hoe een jood weigerde soep te eten, waar iets van paardenvlees in zat. Hoe sterk de honger ook was, deze soep at hij niet. Er zijn dingen,
die je doet - en er zijn dingen die je niet doet.
Of God bestaat, is dat wel zo belangrijk! Het spant er pas echt om bij de vraag: "wat is mij heilig? "
"Heilig zul je zijn, want Ik ben heilig", hoorden we vorige week zondag de Eeuwige zeggen tegen Israël. Dat "heilig" hield concreet in, dat je de randen van het graanveld laat staan voor de arme en de vreemdeling, dat je een ander niet naar de ogen kijkt, niet zwart maakt, kortom: laat de verhouding met je medemens, met name met de kwetsbare medemens je heilig zijn. Toon in alles respect voor de ander.
"Wij zijn eerder bereid te sterven dan de voorvaderlijke wetten te overtreden," roepen de zoons in het Makkabeeënboek. Kortom: "liever sterven dan ons zelf af te snijden van onze levensbron. Wij zullen nieuw leven winnen op deze dood. De koning van de wereld zal ons doen opstaan.Zij sterven, zoals Jezus sterft : "Vader, in Uw handen beveel ik mijn leven". Zij vertrouwen zich toe aan de schoot van ontferming, waar zij uit herboren zullen worden. Vergeet niet dat deze griekse koning Antioduus IV alles uit de tempel in Jeruzalem weghaalde om er griekse godenbeelden voor in de plaats te zetten. Alles moest vergriekst worden. Niets mocht aan hun godsdienst terugdenken. Maar de koning vergist zich: het leven met die Ene God is niet uit te roeien. Mensen zijn bereid hun leven daarvoor te geven.----
Daar gaat het ook bij die arme weduwe om. Niet dat zij domweg alles weggeeft wat ze heeft, maar: haar hele hebben en houden stelt zij in dienst van de Ene God. Zij leeft daarvan. Zij leeft daar uit. De toewijding van deze op het oog zo onbetekenende vrouw ziet Jezus in schril contrast staan tot de schriftgeleerden, die in hun dure gewaden parasiteren op de kneusjes in de samenleving. Voor de schijn staan ze lange gebeden op te zeggen, enkel om indruk op de mensen te maken. Ze staan erop eerbiedig gegroet te worden, naar de ogen gekeken te worden, vooraan te zitten in de synogoge én als er ergens iets te vieren valt.
Niet dat Jezus altijd en overal iets tegen schriftgeleerden heeft. Hij eerbiedigt hen, gaat met hen in gesprek, respekteert hun antwoorden. Hij wil zich graag aan hen scherpen. Alléén........ dat slag schriftgeleerden, dat zo graag zich laat voorstaan op z'n positie en daar misbruik van maakt, dát verafschuwt Hij. Zoals Hij eens tegen hen zei: "Hoe kunnen jullie tot geloof komen, jullie, die enkel je eigen eer en de eer van mensen zoeken - in plaats van : hoe eerbiedig ik God in mijn leven van alledag, in mijn omgang met de mensen."!!...."Vergaap je niet aan de buitenkant van mensen, wil Jezus hier zeggen - het kan allemaal heel vroom overkomen, heel gedegen en goed - én toch niets voorstellen! Laat het dienen van God geen uiterlijke aangelegenheid zijn, maar iets van binnenuit, dat anderen ten goede komt. "Veel kan soms weinig voorstellen en weinig kan soms alles zijn!
"Wat een schitterend gebouw, die tempel in Jeruzalem", roepen de leerlingen van Jezus verrukt uit, als ze dat imposante gebouw zien. " Geen enkele steen zal op de ander blijven", reageert Jezus naar hen. Dat schitterende gebouw zal volledig tegen de vlakte gaan! Met andere woorden: Stel je vertrouwen niet op gebouwen - ze zijn, evenals mensen, waar we hoog tegenop kunnen kijken - van voorbijgaande aard.
Veelzeggend is wat de apostel ons in het boek Openbaring schrijft: Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde - de stad van God - én een tempel in haar zag ik niet! Als de hemel op aarde komt, is de hele aarde één grote kathedraal! "Richt je dus op wat van blijvende waarde is," zo wil Jezus ons hier op het hart binden. Heb voor ogen wat van blijvende waarde is en wat toekomst heeft.
Geven wat we in ons hebben: in de Geest van Jezus elkaar liefhebben en trouw zijn, heeft toekomst, want Hij is de gids en voleinder van het geloof.
Zo moge het zijn , amen.